Buurteconomie

Lokale valuta worden niet ondersteund door een overheid of een centrale bank. Ze zijn bedoeld om uit te wisselen binnen een afgebakend gebied. Ze worden ook weleens complementair geld genoemd en bestaan in verschillende vormen, zowel materieel als virtueel.

Lokaal geld is het in handen nemen van de economie op menselijke schaal en op buurtniveau. Het is een manier om de integriteit van een grondgebied op te bouwen en te behouden. Om zich open te stellen voor anderen, door rijkdommen te delen zonder gevaar te lopen. Het doel is niet te concurreren met de nationale munt, maar wel het creëren van een complementaire munt die de gebreken van het huidige, onbeheersbaar geworden monetaire systeem kan verzachten in tijden van crisis.

Succesvolle experimenten 

Complementaire valuta duiken zowat overal in België en het buitenland op: de Torekes in Gent, de Valeureux in Luik, de Epi Lorrain in de Gaume en Belgisch-Lotharingen, de Ropi in Bergen, de Minuto in 's-Gravenbrakel enz.

De kampioenen van het lokale geld zijn de Engelsen. In Bristol bijvoorbeeld, in het zuiden van Engeland, kan je met het Bristol Pound terecht in meer dan 400 winkels.

In Zwitserland bestaat de WIR al sinds de economische crisis van de jaren dertig. Het is een ruilmunt tussen 60.000 Zwitserse kmo’s.

Hoe werkt het?

Lokaal geld is slechts een hefboom om een ‘waardensysteem’ te bevorderen dat doorgaans gebaseerd is op nabijheid, korte kringloop en producten die gemaakt worden volgens ethische normen.

We nemen het voorbeeld van Jan, die zijn boerderijproducten verkoopt volgens een coöperatief biolandbouwmodel. Hij verkoopt een kip en met de opbrengst koopt hij een T-shirt in een grote, internationale winkelketen die in een ver land fabriceert en twijfelachtige sociale normen hanteert. Jan, die zelf ‘ethisch’ produceert, breekt daarmee de virtueuze cirkel waarin hij zelf actief is.

Als hij daarentegen lokaal geld gebruikt, kan hij zijn T-shirt alleen maar kopen in een buurtwinkel die volgens Belgische normen fabriceert.  

Hoe meer economische actoren – zoals in Bristol – meedoen en producten of diensten aanbieden in ruil voor lokaal geld, hoe beter het systeem werkt. Een uitstekende manier om de economie weer in eigen handen te nemen.